De Demowijzer, wie is er bij betrokken?

Het Ministerie van BZK heeft in overleg met verschillende provincies en regio's de Demowijzer laten ontwikkelen. Dit instrument is ontwikkeld door de onderzoeksbureaus Rigo Research en Advies en Atlas voor Gemeenten. De ontwikkeling is begeleid door een commissie die naast vertegenwoordigers van BZK bestond uit (in wisselende samenstellingen) vertegenwoordigers van Provincie Limburg, Regio Twente, CMO Groningen, SEV, SCP en Movisie. De website van de Demowijzer is ontwikkeld op basis van de bestaande website www.atlasleefomgeving.nlen is in samenwerking met het Ministerie van IenM en Geodan ontwikkeld.

Wat is het doel van de Demowijzer?

De Demowijzer is ontwikkeld in het kader van de het Actieplan Bevolkingsdaling. Het doel van het instrument is om in grote lijnen de maatschappelijke ontwikkelingen in beeld te brengen in gebieden die met bevolkingsdaling te maken hebben (topkrimpgebieden) of in de nabije toekomst te maken krijgen (anticipeergebieden).  

Het gaat daarbij om maatschappelijke ontwikkelingen die door demografische veranderingen teweeg worden gebracht. Gedacht kan worden aan ontwikkelingen op de woningmarkt (prijzen en leegstand), economie, inkomen, voorzieningen (waaronder voorzieningen voor scholing, zorg en winkels), sociale samenhang en leefbaarheid. Daarnaast worden ook een beperkt aantal demografische ontwikkelingen weergegeven.

De veelheid aan informatie die de Demowijzer kan dienen als de basis voor een gesprek met tussen en binnen regio's. De Demowijzer kan daarbij de benodigde informatie over de huidige stand van zaken verschaffen, evenals de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Op basis daarvan kan ook een beredeneerde inschatting voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen gemaakt worden.

Hoe worden de ontwikkelingen gemeten?

Dit is per indicator verschillend. Bij de jeugdwerkloosheid wordt bijvoorbeeld de jeugdwerkloosheid in jaar 1 afgetrokken van jeugdwerkloosheid in jaar 2. Vervolgens wordt op basis van de landelijke verdeling in werkloosheidsontwikkeling een klassenindeling gemaakt, waarbij 40% van alle gebieden in Nederland in de middelste klasse vallen (beperkte ontwikkeling). En vervolgens wordend e overige gebieden in 10% klassen verdeeld. Zo vallen bijvoorbeeld 10% buurten met grootste afname van het aantal inwoners in de klasse "zeer grote afname".  De volgende 10% vallen in de klasse "Grote afname", enzovoort. Voor een uitgebreide toelichting over de totstandkoming van de indicatoren en de klassen kunt u het rapport "Ontwikkeling Demowijzer" raadplegen.  

 

De Demowijzer is op deze wijze opgezet omdat het de bedoeling is om accent te leggen op de gebieden met meer extreme ontwikkelingen. Naast de weergave van de indicatoren middels deze klassenindeling in kaarten, is voor de meeste indicatoren ook de werkelijke score beschikbaar. Deze kunt u in de tabellen raadplegen. 

Bij duiding van de kaarten is het belangrijk om te weten dat de Demowijzer de ontwikkelingen per indicator in twee perioden weergeeft. Per indicator kan deze periode verschillen. Zo zijn de periodes voor de indicator "Ontwikkeling aantal inwoners": 2004-2009 en 2009-2011. Voor de indicator "Vraag naar huisartsenzorg" zijn de peilperiodes 2007-2008 en 2008-2001, etc.

De grenzen voor de klassenindeling zijn bij elke indicator vastgesteld op basis van de eerste periode, en daarna vastgezet. Omdat de periodes niet altijd even lang zijn, zijn bij een aantal indicatoren de klassengrenzen als jaargemiddelde bepaald. Bij deze indicatoren wordt in de indicatornaam de term "jaargemiddelde" vermeld. Bij andere indicatoren zijn de klassengrenzen niet per jaar berekend maar voor de eerste periode als totaal, en daarna toegepast op de tweede periode. Bij deze indicatoren wordt de term "periodecijfer" bij de indicatornaam vermeld. Voor een uitgebreide toelichting over de totstandkoming van de indicatoren en de klassen kunt u het rapport "Ontwikkeling Demowijzer" raadplegen. 

Kan het voorkomen dat de gegevens van de Demowijzer niet overeenkomen met gegevens die ik heb?

Indien u dezelfde indicatoren gebruikt als in de Demowijzer, en deze indicatoren op dezelfde wijze zijn geoperationaliseerd zou er geen verschil mogen zijn. Wel kan het voorkomen dat u net een andere operationalisatie gebruikt. Voor langdurige werkloosheid wordt in de Demowijzer uitgegaan van werkloosheidsduur van 3 jaar of langer. Indien u bijvoorbeeld de grens van 4 jaar gebruikt, kan dat andere resultaten opleveren. Ook bijvoorbeeld een andere klassenindeling kan andere kaartjes opleveren.

Wat houden de termen "jaargemiddelde" en "periodecijfer" in?

Bij duiding van de kaarten is het belangrijk om te weten dat de Demowijzer de ontwikkelingen per indicator in twee perioden weergeeft. Per indicator kan deze periode verschillen. Zo zijn de periodes voor de indicator "Ontwikkeling aantal inwoners": 2004-2009 en 2009-2011. Voor de indicator "Vraag naar huisartsenzorg" zijn de peilperiodes 2007-2008 en 2008-2001, etc.

De grenzen voor de klassenindeling zijn bij elke indicator vastgesteld op basis van de eerste periode, en daarna vastgezet. Omdat de periodes niet altijd even lang zijn, zijn bij een aantal indicatoren de klassengrenzen als jaargemiddelde bepaald. Bij deze indicatoren wordt in de indicatornaam de term "jaargemiddelde" vermeld. Bij andere indicatoren zijn de klassengrenzen niet per jaar berekend maar voor de eerste periode als totaal, en daarna toegepast op de tweede periode. Bij deze indicatoren wordt de term "periodecijfer" bij de indicatornaam vermeld. Voor een uitgebreide toelichting over de totstandkoming van de indicatoren en de klassen kunt u het rapport "Ontwikkeling Demowijzer" raadplegen. 

Wat is het verschil tussen demografische en signaleringskaarten?

Wat is het verschil tussen demografische en signaleringskaarten?

In de Demowijzer is een onderscheid aangemaakt tussen de zogenaamde demografische- en signaleringskaarten. Dit om de grote hoeveelheid informatie overzichtelijk te houden.

Bij de demografische kaarten worden demografische ontwikkelingen op een viertal indicatoren getoond:

1.    Inwoners

2.    Huishoudens

3.    Jongeren

4.    Ouderen

Bij de zogenaamde signaleringskaarten worden de ontwikkelingen op 11 maatschappelijk relevante terreinen getoond:

1.    Beschikbaarheid werk

2.    Werkloosheid (samengestelde indicator)

a.     Langdurige werkloosheid

b.    Jeugdwerkloosheid

3.    Bijstand

4.    Woningmarkt

a.     Woningprijzen

5.    Bedrijvigheid

a.     Investeringen van bedrijven

6.    Basisonderwijs

a.     Aandeel kinderen

b.    Aantal basisscholen binnen 5 km

7.    Zorg

a.     Vraag naar huisartsenzorg

b.    Afstand tot huisarts

2.    Beschikbaarheid winkels voor dagelijkse boodschappen

3.    Beschikbaarheid winkels voor recreatief winkelen

4.    Sociale cohesie (voorwaarde voor)

5.    Leefbaarheid

Voor een uitgebreide toelichting van de operationalisatie van de indicatoren, evenals de achtergrond van de keuze van deze specifieke indicatoren kunt u het document "Ontwikkeling demowijzer" raadplegen. 

Wat houden de klassen in de legenda's in ?

Demowijzer geeft in kaartweergave de ontwikkelingen op verschillende indicatoren weer in 7 klassen. De klassen zijn ingedeeld volgens het "10-10-10-40-10-10-10" principe, waarbij gebieden waar sprake was van geen of beperkte ontwikkelingen altijd in de middencategorie vallen. Dat wil zeggen dat de eerste en de laatste klasse de gebieden betreft die behoren tot de 10% gebieden met hoogste toename/afname. De middencategorie betreft dus een brede groep gebieden die een beperkte toename of afname op een bepaalde indicator hebben meegemaakt. Omdat dit 40% van alle gebieden betreft, valt een groot deel van de gebieden in deze middencategorie. Deze middencategorie wordt grijs gekleurd in de kaarten. Voor een uitgebreide toelichting over de totstandkoming van de indicatoren en de klassen kunt u het rapport "Ontwikkeling Demowijzer" raadplegen.  

De Demowijzer is op deze wijze opgezet omdat het de bedoeling is om accent te leggen op de gebieden met meer extreme ontwikkelingen. Naast de weergave van de indicatoren middels deze klassenindeling in kaarten, is voor de meeste indicatoren ook de werkelijke score beschikbaar. Deze kunt u in de tabellen raadplegen.

Wat houden de verschillende indicatoren in?

Hieronder wordt een korte uitleg per indicator weergegeven. Voor een uitgebreide toelichting van de operationalisatie van de indicatoren verwijzen wij u naar het rapport "Ontwikkeling Demowijzer".  

1.    Inwoners: ontwikkeling van het aantal inwoners in een buurt/wijk/gemeente, onderverdeeld in zeven klassen

2.    Huishoudens: ontwikkeling van het aantal inwoners in een buurt/wijk/gemeente, onderverdeeld in zeven klassen

3.    Jongeren: (ontwikkeling van) het aandeel jongeren tussen 0 en 24 jaar in een buurt/wijk/gemeente, onderverdeeld in zeven klassen

4.    Ouderen: (ontwikkeling van) het aandeel ouderen (65+) in een buurt/wijk/gemeente, onderverdeeld in zeven klassen

Bij de zogenaamde signaleringskaarten worden de ontwikkelingen op 11 maatschappelijk relevante terreinen getoond:

1.    Beschikbaarheid werk: de verandering van het aantal banen dat beschikbaar is binnen acceptabele reistijd, ten opzichte van het aantal mensen dat in potentie voor deze banen op de arbeidsmarkt is.

2.    Werkloosheid (samengestelde indicator): som van het aantal langdurig werklozen en jeugdig werklozen, als percentage van de totale beroepsbevolking (15-64 jaar)

a.     Langdurige werkloosheid: aantal langdurig werklozen (langer dan 3 jaar) van 15 jaar en ouder als percentage van de potentiĆ«le beroepsbevolking (15-64 jaar).

b.    Jeugdwerkloosheid: aantal werklozen 15-24 jaar als percentage van de potentiĆ«le beroepsbevolking van 15-24.

3.    Bijstand: aantal bijstanduitkeringen als aandeel van aantal huishoudens.

4.    Woningmarkt: Samengestelde indicator, bestaande uit woningprijzen en woningleegstand. De indicator kleurt rood als de prijzen dalen en/of de leegstand toeneemt.

a.     Woningprijzen: ontwikkeling van de gemiddelde vierkante meterprijs van een tussenwoning

5.    Bedrijvigheid: samengestelde indicator, bestaande uit investeringen van bedrijven en winkelleegstand. De indicator kleurt rood als de investeringen dalen en/of de leegstand toeneemt.

a.     Investeringen van bedrijven: verschil tussen  de vijfjaargemiddelde investeringen  per werknemer, op Corop-niveau.

6.    Basisonderwijs: samengestelde indicator bestaande uit ontwikkeling van aandeel kinderen en aantal basisscholen in een straal van 5 km. Als het aantal kinderen of het aantal scholen daalt, kleurt de indicator rood.

a.     Aandeel kinderen: ontwikkeling van het aantal kinderen tussen 4 en 12

b.    Aantal basisscholen binnen 5 km

7.    Zorg: samengestelde indicator gebaseerd op (geschatte) vraag naar huisartsenzorg en afstand tot huisarts. Als de vraag toeneemt en/of de afstand toeneemt, kleurt de indicator rood.

a.     Vraag naar huisartsenzorg: de vraag wordt op basis van het model van NIVEL geschat. Hierbij wordt rekening gehouden met bevolkingssamenstelling.

b.    Afstand tot huisarts: hierbij gaat het om afstand tot de dichtstbijzijnde huisarts(enpost).

8.    Beschikbaarheid winkels voor dagelijkse boodschappen: verandering van het aantal winkels voor dagelijkse boodschappen binnen acceptabele reistijd.

9.    Beschikbaarheid winkels voor recreatief winkelen: beschikbaarheid van winkels voor recreatief winkelen (mode en luxe artikelen VGM) binnen acceptabele reistijd.

10.  Sociale cohesie (voorwaarde voor):  een schatting van voorwaarden voor sociale cohesie, gebaseerd op bevolkingssamenstelling, verenigingsleven en aanwezigheid van gebouwen met een bijeenkomstfunctie.

11.  Leefbaarheid: geschatte leefbaarheid (Leefbaarometer) gebaseerd op 49 indicatoren over onder meer de bevolkingssamenstelling, woningvoorraad, groen, veiligheid, etc.

Hoe kan ik de ontwikkelingen in een bepaalde regio inzien?

Hiervoor kunt u gebruik maken van de kaartenmachine of de tabellen. De uitleg over de werking hiervan kunt u vinden in twee handleidingen ("functies website" en "hoe werkt deze website") of beknopte video-instructies onder de helpknop.

Wat is het CBS-wijk- of buurtniveau?

Dit is de landelijke indeling van wijken en buurten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze indeling komt vaak overeen met de lokale gebiedsindelingen.

Welke relevante publicaties zijn er verschenen?

Voor een uitgebreid overzicht van relevante publicaties op het terrein van bevolkingskrimp, evenals actualiteiten, kunt u de website http://www.vanmeernaarbeter.nl/raadplegen.

Hieronder worden alleen de publicaties weergegeven die direct gelieerd zijn aan de demowijzer.

"Ontwikkeling demowijzer": in dit document wordt de totstandkoming van de demowijzer toegelicht. Ook wordt uitgebreid stilgestaan bij de operationalisatie van de indicatoren

"Ontwikkelingen in krimp- en anticipeergebieden": in dit rapport wordt de ontwikkeling in de krimp- en anticipeergebieden beknopt besproken. Hiervoor worden de indicatoren van de Demowijzer gebruikt.

Andere vragen?

Heeft u een vraag over de Demowijzer en kunt u het antwoord niet op deze informatiepagina's vinden?
Dan kunt u mailen naar de postbus demowijzer.